|
De
Groninger borgen en de Friese staten en stinsen tekenen de voorname plaats
van de adel in de vroegere samenleving op het platteland.
Vanaf ongeveer 1300 begonnen adellijke families met de bouw van stenen
huizen, in Friesland stinsen genoemd.
Deze bouwwerken boden de bewoners behalve onderdak ook bescherming tegen
belegeraars en plunderaars in roerige tijden waarin een centraal gezag
ontbrak. Eind vijftiende eeuw kwam er een einde aan de onrust en veranderden
de verdedigingsstinsen in ware kasteeltjes. Een fraai voorbeeld daarvan
is borg Verhildersum in Leens. Uit later tijd stamt Fogelsanghstate te
Veenklooster.
Soms liggen de voorname landhuizen aangenaam verscholen in het groen.
De macht van de adel in deze streken wordt ook duidelijk bij het bezichtigen
van kerkelijke gebouwen. Herenbanken, zerken en rouwborden herinneren
aan de invloed die voorname families uitoefenden op kerk en maatschappij.

|