Monniken, kloosters en kerken
Regio
Begin

Een goed bewaard geheim

Woonheuvels

Monniken, kloosters en kerken

Dokkum

Borgen en stinsen

Boeren

Van het gevecht tegen het water is het een kleine stap naar de kerkgeschiedenis van Lauwersland.
De grootste bijdrage aan deze strijd leverden de monniken die zich vanaf de negende eeuw in dit gebied vestigden. Het Noorden oefende grote aantrekkingskracht uit op nieuwe kloosterorden als de cisterciënzers en praemonstratenzers. Deze orden zochten de woeste, onontgonnen grond op om het land in cultuur te brengen en om kloosteridealen als soberheid en tucht in praktijk te brengen.
Maar laten we bij de bron beginnen. Want voordat er nieuw land in cultuur gebracht kon worden moest de heidense bevolking gekerstend worden. Zonder slag of stoot werd de nieuwe godsdienst niet geaccepteerd.
De moord op Bonifatius en zijn gezellen in 754 bij Dokkum betekende het keerpunt. Overal in het noorden van het land verschenen kleine kerkjes. Pas in de twaalfde eeuw verrezen belangrijke kloosters, zoals het in 1163 gestichtte klooster Mariëngaarde te Hallum en het klooster Klaarkamp van Rinsumageest.
Klooster Klaarkamp werd omstreeks 1150 gesticht en na 1580 grondig afgebroken. Tijdens een opgraving in 1939 werden slechts de onderste lagen van de fundering gevonden. Een vermelding uit het midden van de 15de eeuw
- "ende is 't meeste ende grootste van alle cloisteren', wel begraven mit wijden graften" -
berustte op waarheid. De kerk had een lengte van zo'n zestig meter. De lengte was ook wel in overeenstemming met het belang van het klooster en zijn invloed, zowel in economisch opzicht als in geestelijk opzicht.
Om die geestelijke invloed als het ware te onderstrepen deden grootgrondbezitters schenkingen aan het klooster.
Faam werd ook verworven door de ontginning en exploitatie van veengronden.
In Aduard bestaat nog een deel van de Sint Bernardusabdij. Hierin bevindt zich nu de Abdijkerk. De historie van de abdij en zijn bewoners wordt toegelicht in een boeiende expositie in museum Sint Bernardushof.
Voor het overige is er van het rijke kloosterleven in Friesland en Groningen tegenwoordig weinig terug te vinden. De kloosters en hun bezittingen vielen na 1580, gedurende de reformatie, in handen van het statenbestuur. De gebouwen werden verlaten en werden voor afbraak verkocht.
Bijzonder is het Kloosterpad tussen Dokkum en Drachten, een historische handelsroute die in een oorkonde uit 1435 werd vastgelegd. Dit oorspronkelijke pad kunt u nog volgen. Er zijn stukken pad die de middeleeuwse sfeer nog ademen. De reiziger kan zich daar een bedevaartganger in oude tijden voelen, maar andere stukken zijn veranderd in moderne verkeerswegen. Het 42 kilometer lange pad voert langs de oude kloosterplaatsen.
De kloosters mogen dan wel verdwenen zijn; de middeleeuwse kerken zijn gebleven. Deze bouwwerken vertellen de eigen historie aan de hand van tuf- en baksteen, gevelstenen, ornamenten en christelijke symboliek.
De kerkinterieurs zijn vaak verrassend. Muurschilderingen uit de late Middeleeuwen, grafzerken uit de renaissanceperiode, beeldend houtsnijwerk en muzikale orgels zijn elk op zich juweeltjes van ambachtelijke kunst.