|
Het
ruime Lauwersland , vol stevige boerderijen en knusse dorpskommen, is
een terra incognita voor veel toeristen. De cultuurhistorie heeft zich
overigens wel vastgezet in de kleine, individuele dorpen. Romano-gotische
kerken te kust en te keur. Nog steeds wieken fraaie molens langs de zoom
van de agrarische kernen en dijken slingeren langs oude slenken en zorgen
zo voor romantische weggetjes.
Het Lauwersland is een gebied met letterlijke hoogtepunten, neem bijvoorbeeld
de terp van Hogebeintum! Het meest bekende verhaal
over de terpen of
wierden is de beschrijving die ons is nagelaten door de Romein Gaius
Plinius Secundus, die omstreeks 50 na Chr. leefde. Hij zette een tamelijk
sombere impressie op schrift over de bewoners van deze woonheuvels. Het
verhaal van Plinius luidt als volgt: 'Die beklagenswaardige mensen wonen
daar op hoge aardhopen of podia, die ze met de hand hebben opgeworpen
ter hoogte van het hoogste tijd, dat ze uit ervaring maar al te goed kennen,
daar bovenop hebben ze hun hutten gebouwd. Als het water de omgeving bedekt,
lijken zij op schepelingen en als het water weer teruggeweken is, zijn
het net schipbreukelingen.
Zij proberen de vissen te vangen die met het getij worden meegevoerd,
maar zij kunnen geen vee houden of melk drinken, zoals de aangrenzende
volksstammen; zij kunnen zelfs niet tegen wilde dieren vechten, want er
is in de omgeving geen boom te bekennen.
Van riet en biezen maken zij touwen, waarmee ze netten vlechten om te
vissen. De bagger die zij met hun handen scheppen, drogen ze meer in de
wind dan in de zon. Met behulp van dit slijk koken zij hun spijzen en
verwarmen zij hun door de noorden wind verstijfde botten. En wanneer dit
soort mensen nu overwonnen wordt door de Romeinen, spreken ze van slavernij!
Inderdaad, gespaard worden door het lot is voor velen een straf'.
Toch was het terpengebied in die tijd al een van de dichtstbevolkte gebieden
van Noordwest-Europa en de terpbewoners zullen zichzelf niet arm en beklagenswaardig
beschouwd hebben.
De bevolking maakte handig gebruik van de welvaart die de handel met de
Romeinen bracht, zoals tal van archeologische vondsten bewijzen.
In Lauwersland zijn nog verschillende soorten kunstmatige woonheuvels
terug te vinden.Van een kleine huiswierde tot de grote, rond een open
veld opgebouwde radiaire terp en de langs een centrale as bebouwde langgerekte
terp. Met 8,8 meter boven NAP is de terp bij Hogebeitum de hoogste.
De meeste terpen of wierden in het gebied verloren tussen 1840 en 1940
en deel van hun oorspronkelijke omvang door afgraving. De vruchtbare aarde
werd verkocht en verscheept naar arme zandgronden. Het afgraven van de
terpen brachten veel historische voorwerpen aan het licht, die nu terug
zijn te vinden in musea.
De terpen en dijken zijn zonder twijfel de meest indrukwekkende vormen
van watermanagement uit vroeger tijden. Maar het zijn niet de enige monumenten.
De 'zijlen' oftewel sluizen herinneren er eveneens aan. Oude Groninger
en Friese plaatsnamen wijzen op het bestaan van zo'n oude sluis. In Aduarderzijl
bijvoorbeeld is zo'n fraai waterwerk te zien. De twee gerestaureerde sluizen
aldaar dateren uit 1706 en 1876.
De vele molens in het gebied zijn ook belangrijke getuigen van de historie
van de landaanwinning. Zij hielden eeuwenlang de waterstand in het ingedijkte
land op peil. Andere molens zaagden hout of maalden het koren. Veel molens
werken nog steeds en zijn te bezichtigen.

|